Reisverslag - Vogelreis naar Georgië: prachtige Kaukasus en indrukwekkende steppen

Een ongelooflijke diversiteit aan natuur en dus aan vogels die er zich thuis voelen. Elke dag duizenden roofvogels die overvliegen op hun weg naar het Noorden. Kaukasische korhoenen die zich eerst verschuilen en dan plots opduiken vlak bij je hotel … Dat moet Georgië zijn! Proef van de pracht van de Kaukasus met de highlights uit het verslag dat deelnemer Jorg Hamann ons toestuurde.

Roofvogeltrek

Jorg en zijn reisgenoten beginnen hun reis in Batumi, dé hoofdstad van de voorjaarstrek voor roofvogels. “Van op de uitkijkpost Sakhalvasho worden we op de eerste dag al serieus verwend. In de voormiddag levert dat o.a. 192 Wespendieven, 143 Zwarte Wouwen, 64 Steppebuizerds, 59 Sperwers, 3 Schreeuwarenden, 2 Dwergarenden, en 3 Zwarte Ooievaars op. Een mooi begin! In de namiddag pikt de trek nog harder op. We tellen zeker 2000 overvliegende roofvogels, soms in grote groepen. De tel bijhouden is geen makkie.”

Gids Johannes Jansen is bioloog en roofvogelkenner, heeft de najaarstelling mee opgestart en hij is dus al vaak in Georgië geweest. Hij heeft jarenlange ervaring met het roofvogels herkennen hier. De geknipte man dus om bij je te hebben als er tientallen soorten van deze gevederde juweeltjes boven je hoofd voorbijkomen.

“Van op een heuvel dichter bij de zee zien we, naast de veel voorkomende soorten, schreeuwarenden, steppearenden en dwergarenden. We ontwikkelen stilaan gevoel voor het herkennen van de grote arenden die over onze hoofden voorbijtrekken. De diversiteit is verbazend, tussen de Sperwers zit ook regelmatig een Balkansperwer, en op een zeldzaamheid moeten we niet lang wachten. De sessie ‘roofvogels herkennen’ die Johannes ’s avonds geeft, komt goed van pas. De volgende dag trekken nog voor de lunch meer dan 3000 roofvogels voorbij in het luchtruim boven Batumi. Op dag vijf is het prijs met een vrouwtje Aziatische wespendief, die hadden we niet verwacht! De bastaardarend maakt onze checklist van de voorjaarstrek compleet.”

 

 

Dicht bij het water

De Zwarte Zee en de Chorokhi-rivier met haar delta brengen prachtige watervogels naar de omgeving van Batumi.

“Met zijn futuristische gebouwen doet de boulevard in Batumi wat denken aan de Arabische Emiraten. Tussen de struiken zien we er kleine klapekster, zwartkopgors, sperwergrasmus en een prachtige roodkopklauwier. Ook zitten twee Middelste Jagers achter Grote Sterns aan. Ondertussen vergapen we ons ook aan de bruinvissen, tuimelaars en dolfijnen die voor de kust actief zijn.”

In de april-mei is het in deze streek aangenaam weer: rond de 20°C en weinig regen. Al kan je die uiteraard nooit uitsluiten … “Op weg naar de Chorokhi-delta aan de zuidelijke kant van Batumi gaat het steeds harder regenen. Een stortplaats voor afval bedreigt de delta en zijn bewoners. Net als bouwplannen voor een groots nieuw resort. Maar vandaag, in de regen, ziet het landschap er vrij desolaat uit. We bewonderen er de geelpoot-, Pontische en Armeense meeuw. Zodra de eerste zonnestralen doorbreken, duiken ook verschillende soorten eenden en steltlopers op. Leuk zijn een Witvleugelstern, een groep Lachsternen en een vrouwtje Kleine Waterhoen. En een zwartkoprietzanger!”

 

Spechten op het appel

Mtirala is een nationaal park met subtropisch bos. We speuren er naar de spechten waarvoor het gebied bekendstaat. “Bij zeer aangenaam droog weer lopen wij langs Tamme Kastanjes, Walnootbomen, Elzen en Platanen omhoog naar de kam met oude Beuken. We weten enkele geluiden te traceren, en zo horen en zien wij een paartje balkanvliegenvangers bij hun nest als ook meerdere groene fitissen en kleine vliegenvangers. Terwijl we langs het steiler wordende pad over omgevallen bomen klauteren, laten de specialiteiten van Mtirala zich zien: middelste bonte spechten en witrugspechten kunnen we prachtig observeren. Alleen de grijskopspecht geeft niet thuis, en horen we enkel.”

“Op de terugweg vinden we bij een waterval een Kaukasische salamander. Met een zelf te bedienen kabelbaan steken wij het riviertje over. Langs de rivier spotten we nog de kaukasische ondersoort van de waterspreeuw. Bij een hotelletje eten we als afsluiter heerlijke, verse forel.”

 

Hoogtepunten in de hoge Kaukasus

“Vanaf Batumi nemen we de avontrein naar Tbilisi, lekker comfortabel en veilig. Na een nacht in Tbilisi rijden we de volgende morgen, met onze gehuurde 4x4 minibus – Johannes achter het stuur – noordwaarts naar Kazbegi. Onderweg bezoeken we het enigszins geërodeerde monument in het Aragwi-dal, dat de vriendschap tussen de Sovjetvolken verbeeldt. We houden ook even halt op de Jvari-pas (2395 m) om de op en af vliegende alpenkraaien en -kauwen te bekijken. Maar de indrukwekkendste stopplaats is Kobi, een typisch Georgische zomerdorp in de schaduw van een gigantische rotswand, waar we op korte tijd een lammergier, een vale gier, een beflijster én een roodvoorhoofdkanarie bewonderen.”

“Rijdend langs rijen vrachtwagens naderen wij ons einddoel voor vandaag. Voor we het dorp binnenrijden, zien we nog prachtige witkruinroodstaarten op de stranddoornvlaktes en twee Kaukasische berghoenders die langs de berghelling vliegen. Vervolgens gaan we inchecken, het hotel is geweldig en prachtig gelegen. Vanaf de eettafel kijken we zo op de besneeuwde top van mt. Kazbegi, en het avondmaal is heerlijk.”

Het gezelschap vertoeft twee dagen op en rond Mount Kazbegi. “De opgaande zon laat de Kazbegi stralen. Na het ontbijt rijden we de steile weg omhoog naar een kerk in het gehucht Stepanzminda. Vanuit daar lopen we een stuk in de richting van een gletsjer, tot op ongeveer 2800 m hoogte. Overal bloeien bergbloemen, maar het hier verwachte Kaukasische korhoen houdt zich schuil. De volgende ochtend hebben we meer geluk: op de hellingen achter het hotel zitten zes exemplaren. Wij volgen ze bij het baltsen en rondvliegen. Niet ver van ons hotel foerageert ook een groepje Grote Roodmussen. Ons geluk kan niet op, en we kunnen ze erg goed bekijken.”

Roze spreeuwen en zwarte frankolijnen

“Onderweg naar het natuurreservaat van Chachuna zien we een prachtige mannelijke blauwe kiekendief en een groep van 19 jufferkraanvogels die nog niet vetrokken zijn naar hun broedgebied. We rijden tot bij de oostelijke grens van Georgië en vervolgen onze reis over onverharde wegen. Bij prachtig avondlicht bereiken we de kloosters van David Gareji, een regenboog maakt het compleet. De volgende ochtend vergapen we ons aan kleine torenvalken, roze en gewone spreeuwen, blauwe rotslijster, bonte en oostelijke blonde tapuit en aasgier, die allemaal rondom het idillische klooster broeden. We zetten onze route verder over de steppe. Hier lijken herders met kuddes schapen en agressieve honden de enige bewoners. Enorme zwermen roze spreeuwen vliegen over terwijl we ons een weg banen naar Chachuna.”

Eens Jorg en zijn kompanen het natuurreservaat bereiken, vallen ze van de ene verbazing in de andere. “Nadat we in de verlaten turbinegebouwen bij de dam van het Dali-reservoir enkele broedende paartjes kleine torenvalken konden gadeslaan, rijden we naar de rivier. We zien er tegelijkertijd de rosse waaierstaart en drie Ménétries’ zwartkop-mannetjes, vlakbij! Uit de verte roept een zwarte frankolijn en twee keizerarenden komen recht op ons af. Een geweldig moment! Terwijl de late namiddag het landschap in nieuwe kleuren hult, ontdekt medereiziger Paul een zwarte frankolijn die zich prachtig laat zien. Ook hier in Chachuna kunen we dus alle droomsoorten afvinken.”  

Te gast in Georgië

Tijdens het eerste deel van de reis logeren deze Starling-reizigers in een gastgezin. “Het dorp, het huis van Ruslan en zijn gezin en het eten wekken herinneringen op aan mijn eerdere bezoeken aan Georgië. Hier is het Russisch nog volop in gebruik, zeker onder de oudere generaties. Handig dat onze gids Johannes die taal aardig onder de knie heeft.”

Tussen het vogelspotten door is er ook tijd voor een snuifje cultuur. “Op zaterdagavond snuiven we de sfeer op in de haven van Batumi. We wandelen langs de best wel drukke pier, met zijn oude Hongaarse en Oost-Duitse hijskranen die al jarenlang stilstaan. Naast ontspannen locals krijgen we gezelschap van kleine vliegenvangers, Kuhl’s dwergvleermuizen en een enkele roepende nachtzwaluw.”

In Tbilisi, het eindpunt van deze reis, maakt het gezelschap de balans op van de soorten die ze te zien kregen: 219 soorten, waaronder 26 roofvogels! Jorg besluit: “Onze laatste uren in Georgië besteden we aan een wandeling door de gerestaureerde oude stad van Tbilisi en een sfeervol avondmaal met chinkali - Georgische dumplings - en wodka. Tot ziens, prachtig Georgië!”


Reisperiode: 1 tot 14 mei 2016

Reisgids: Johannes Jansen
Aantal deelnemers: 3
Verslag: deelnemer Jorg Hamann

> Onze Georgië-reis volgend voorjaar (op zoek naar de specialiteiten van de prachtige Kaukasus) is al VOLZET! Maar laat gerust je interesse na als je in 2020 mee wil! 
> Wist je dat je ook in het najaar kan genieten van Georgië? Check onze reis naar roofvogeltrek over Batumi, mét workshops en dus bijzonder leerrijk!